Bezoek onze facebook pagina
Volg ons op Twitter

Kinderfysiotherapie

Kinderfysiotherapie is specifiek voor kinderen in de leeftijd van 0 tot 18 jaar. Een (ver)storing in de motorische ontwikkeling kan invloed hebben op de evenwichtige ontwikkeling waardoor een kind gefrustreerd raakt (druk en boos) of juist passief wordt (erg rustig en terug getrokken).

Tijdig signaleren, diagnosticeren en behandelen van motorische en/of zintuiglijke ontwikkelingsstoornissen is dus belangrijk.

Omdat bij elke leeftijd bepaalde vaardigheden horen, is vast te stellen of de ontwikkeling van het kind afwijkend of vertraagd is.
Als motorische problemen het kind belemmeren in zijn ontwikkeling is kinderfysiotherapie geïndiceerd.
Hierbij valt te denken aan:

  • passiviteit
  • lage of juist hoge spierspanning
  • overstrekken, veel huilen
  • motorische onrust, moeite met stil zitten
  • asymmetrie (voorkeurshouding)
  • moeite met houdingsveranderingen
  • houterige motoriek / veel vallen
  • motorische onhandig, veel vallen, snel moe
  • bewegingsangst, onzeker, faalangst
  • overgevoeligheid voor tastprikkels bv.
  • stoornis in de fijne motoriek, bv. schrijfproblemen, moeite met knutselen
  • problemen in de ruimtelijke oriëntatie
  • chronische luchtweg aandoeningen
  • overgewicht
  • orthopedische aandoeningen: scheve houding ( scoliose), na botbreuk, sportletsel

Ouders / verzorgers, consultatiebureau-/jeugdartsen en leerkrachten hebben een belangrijke signalerende taak. De aanvraag voor kinderfysiotherapie kan direct of via verwijzing van huisarts / specialist zijn.


In het algemeen geldt: hoe eerder er gesignaleerd en behandeld wordt, des te geringer de verstoring van de ontwikkeling van het kind en de interactie met zijn omgeving zal zijn.

Voorkeurshouding / schedelafplatting

In de eerste maanden na de geboorte kan het gebeuren dat een baby tijdens het liggen veelal naar één kant kijkt en een voorkeurshouding ontwikkelt.

Door eenzijdige druk kan de schedel aan een kant gaan afplatten. Het is goed als u dit meld bij uw huisarts of het consultatiebureau. Zij zullen u dan verwijzen naar de kinderfysiotherapeut om te onderzoeken wat voor voorkeurshouding uw baby heeft.


Eventueel zal de mate van afplatting van de schedel gemeten worden met een bandje om het hoofd (plagiocephalometrie). Verder zal u adviezen krijgen hoe u uw baby kunt helpen om meer te variëren van hoofdhouding tijdens het liggen.    

Hoe ziet dit er praktisch uit?

Na een uitgebreid vraaggesprek volgt een observatie, onderzoek en eventueel een (gestandaardiseerde) motorische test. Naar aanleiding hiervan volgt een advies en/of behandeling en wordt er een behandelplan opgesteld.

De ouders worden bij dit alles nauw betrokken, om inzicht te krijgen in de problematiek van het kind.

De behandelingen zullen, afhankelijk van de situatie, in de praktijk van de kinderfysiotherapeut of bij het kind thuis gegeven worden. Indien gewenst werkt de kinderfysiotherapeut samen met andere disciplines. Rapportage vindt plaats aan de verwijzend arts en eventueel (in overleg met ouders) aan andere betrokkenen.